Wallonië

In juli 2021 werd Wallonië getroffen door één van de meest verwoestende overstromingen uit de recente geschiedenis, toen stortregens de valleien van de Vesder, de Ourthe en de Amblève overstroomden. Hele wijken liepen onder, infrastructuur stortte in en het hydrologische meetnet faalde juist op het moment dat het het hardst nodig was. De ramp legde grote kwetsbaarheden bloot op het gebied van paraatheid, coördinatie en veerkracht. 

Tot ~200 mm

neerslag in 24 uur tijdens de overstromingen van juli 2021  

39 dodelijke slachtoffers

in Wallonië

Ongeveer 50.000

beschadigde woningen  

Meer dan 10.000

verwoeste voertuigen  

5,2 miljard

Totale geschatte schade

1,2 miljard

staatslening om het financieringstekort te dichten 

Om te begrijpen hoe Wallonië reageerde, kijken we naar de perspectieven van twee belangrijke experts. Sébastien Gailliez van de Publieke Diensten van Wallonie (SPW) leidde de noodhulp en de eerste heropbouwactiviteiten. Pierre Archambeau, hydraulisch ingenieur aan de Universiteit van Luik, ontwikkelde de modellen die het lange-termijn herstel ondersteunen.


Voor Gailliez was de eerste uitdaging simpelweg het bereiken van de getroffen gebieden. Wegen en bruggen waren vernietigd, waardoor teams per fiets of helikopter moesten reizen om de schade in kaart te brengen. Het ruimen van puin was delicaat en gebeurde vaak onder toezicht van de politie, vanwege het risico dat slachtoffers onder het puin vastzaten. Rivierbeddingen, vooral langs de Vesder, hadden enorme hoeveelheden sediment opgebouwd, waardoor de doorstroming ernstig werd belemmerd. Tegelijkertijd was het regionale meetnet volledig uitgevallen, waardoor hulpverleners zonder data zaten terwijl nieuwe regenbuien in aantocht waren.

Het juridische kader vormde eveneens een uitdaging. Overheidsinstanties mochten niet rechtstreeks ingrijpen op privé-rivieroevers of -wanden, zelfs niet wanneer dit essentieel was voor de veiligheid. Daarom nam het SPW noodmaatregelen waarmee werkzaamheden onmiddellijk konden beginnen, terwijl de administratieve afhandeling later volgde. Ondanks de enorme druk en emotionele belasting toonden de medewerkers uitzonderlijke inzet. Afdelingen die normaal niet nauw samenwerken, werkten nu zij aan zij om de veiligheid te herstellen en de data te verzamelen die nodig zijn voor toekomstige modellering. Open en transparante communicatie met de gemeenten bevorderde het onderlinge vertrouwen tijdens de zwaarste maanden.


Terwijl Gailliez zich richtte op noodhulp in de valleien, concentreerde Archambeau zich op de wetenschappelijke basis voor de wederopbouw. Samen met het SPW ontwikkelde hij een hydrologisch en hydrodynamisch model van het Vesderbekken. Het model is niet-commercieel en publiek eigendom,
wat de onafhankelijkheid op lange termijn waarborgt. Een versie die geschikt is voor grafische processors maakt het mogelijk om snel talloze reconstructiescenario’s te testen. 

Het echte succes van ons werk zal pas worden getest bij de volgende grote overstroming. Als de verbeteringen die we hebben doorgevoerd mensen beschermen op de plaatsen waar in 2021 levens verloren gingen, kunnen we echt
zeggen dat het herstel geslaagd is.

Sébastien Gailliez

​​​​​​​

Waarnemend Directeur van de Afdeling
Niet-Bevaarbare Waterlopen, Publieke Diensten Wallonië (SPW)

Gemeenten, bewoners en ingenieurs gebruiken het model nu in een iteratief proces dat consultaties, scenario-analyse en verfijning omvat. Het produceren van hoogwaardige topografische data na de overstromingen was een grote uitdaging, omdat veel gebieden waren veranderd en geavanceerde metingen vanuit de lucht nodig waren. Een andere uitdaging was het communiceren van technische resultaten met bewoners en beleidsmakers met zeer uiteenlopende kennisniveaus. Het bereiken van een gedeeld begrip van risico’s en mogelijkheden kost tijd, maar is essentieel voor het nemen van duurzame beslissingen.


Momenteel ligt de focus van de wederopbouw in Wallonië onder meer op het herontwerpen van bruggen met grotere hydraulische capaciteit, het verbeteren van voorspellingssystemen en het bijwerken van wetgeving, zodat interventies op privé-structuren mogelijk zijn tijdens extreme gebeurtenissen. Beide experts benadrukken het belang van sterke interne expertise binnen overheidsdiensten om toekomstige crises effectief te kunnen beheren. Voor Gailliez zal het echte succes duidelijk worden bij de volgende grote overstroming, wanneer de getroffen maatregelen daadwerkelijk levens beschermen. Voor Archambeau vereist veerkracht op lange termijn niet alleen technische hulpmiddelen, maar ook sterke instellingen die deze effectief kunnen gebruiken.

Ahrvallei

In juli 2021 veroorzaakte hevige regenval in enkele uren tijd een catastrofale overstroming in het westen van Duitsland, waarbij de Ahrvallei de zwaarste gevolgen ondervond. Het incident leidde tot meer dan 180 dodelijke slachtoffers, grootschalige verwoesting van gebouwen en transportverbindingen, en langdurige uitval van kritieke infrastructuur. Onderstaand volgt een overzicht van belangrijke vorderingen in beleid en praktijk. 

Tot 150 mm neerslag

in 15–18 uur over een groot gebied (14–15 juli 2021)

Meer dan 180 dodelijke slachtoffers

merendeels in de Ahrvallei

33 miljard

totale schade

in Duitsland

meer dan de helft van 112 bruggen vernietigd

in de Ahrvallei

Ongeveer 9.000 gebouwen verwoest

of zwaar beschadigd

De overstroming heeft de bestaande lange-termijn planning beïnvloed. Er is geconstateerd dat het gebruik van meetgegevens van relatief recente historische hoogwaters hebben geresulteerd in een onderschatting van het risico, omdat extreem grote overstromingen uit eerdere eeuwen niet in de gegevens waren opgenomen. De omvang van overstroombare gebieden moest daarom eerst opnieuw worden berekend voordat beslissingen over wederopbouw konden worden genomen. Zoals professor Stefan Greiving uitlegt, hangen beslissingen over “waar en hoe te herbouwen” af van nieuwe risicokaarten die het werkelijke risico weergeven.


In de beginfase had het herstel van essentiële infrastructuur de hoogste prioriteit. Transportverbindingen, elektriciteits- en watervoorzieningssystemen moesten eerst worden hersteld zodat hulp de getroffen gemeenschappen kon bereiken. Dit vertraagde vanzelfsprekend de wederopbouw van woningen en andere gebouwen, waarvan de structurele schade over het algemeen groot was. Verzekeringssystemen beïnvloedden hoe mensen hun huizen herbouwden. Veel huiseigenaren met een verzekering waren contractueel verplicht om hun gebouwen op dezelfde plek en in dezelfde vorm als voorheen te reconstrueren.

We moesten overstroombare gebieden opnieuw vaststellen, omdat de over­stroming van 2021 alles in de historische meetgegevens overtrof. Alleen die vertraging veranderde al het tempo 

van het herstel.

Professor Stefan Greiving

Hoogleraar, TU Dortmund University

Daarentegen maakten de staatshulpfondsen structurele verbeteringen of zelfs verplaatsing mogelijk, hoewel deze fondsen meestal slechts een deel van de totale kosten dekten. Dit zorgde voor uiteenlopende prikkels voor huishoudens en bedrijven en beperkte in sommige gevallen de mogelijkheid tot veerkrachtiger herbouwen.


De verantwoordelijkheden voor rampenbestrijding in Duitsland zijn verdeeld over meerdere bestuursniveaus, en de coördinatie tussen federale, deelstaat- en gemeentelijke instanties bleek onder extreme druk zeer uitdagend. Na de overstromingen werden nieuwe planningsinstrumenten geïntroduceerd, zoals zogenaamde “wederopbouwzones”, waarmee gemeenten meer flexibiliteit kregen om gebieden veiliger opnieuw in te richten. Hoewel deze instrumenten voor veel directe beslissingen te laat kwamen, kunnen ze toekomstige herstelinspanningen ondersteunen.

Impact van de overstromingen van 2021 in de Ahrvallei, Duitsland​​​​​​​


De overstromingen benadrukten ook hoe beperkt de mogelijkheden tot verplaatsing kunnen zijn in steile valleien zoals de Ahr, waar hoger gelegen gebieden vaak ongeschikt zijn voor nieuwe bebouwing. Veel bewoners hadden daarom weinig keuze en moesten ter plaatse herbouwen, met de nadruk op aanpassing in plaats van verplaatsing. Tegelijkertijd werden bijzonder kwetsbare instellingen, zoals een school voor kinderen met een beperking, succesvol verplaatst naar veiliger locaties, wat laat zien hoe risicogerichte prioritering de meest kwetsbaren kan beschermen.


De Duitse ervaring laat zien hoe afhankelijk herstel is van accurate risicogegevens, sterk bestuur en prikkels die veiligheid bevorderen in plaats van herbouwen in kwetsbare gebieden. Nu klimaatextremen steeds vaker voorkomen, zijn deze lessen van groot belang voor regio’s in heel Europa.

Limburg

In juli 2021 werd de zuidelijke Nederlandse provincie Limburg getroffen door één van de hevigste overstromingen van de afgelopen jaren. In slechts twee dagen tijd viel er tot 175 millimeter regen, waardoor regionale rivieren zoals de Geul, Roer en Geleenbeek hun oevers overschreden. Door de hevige regenval in België zwol de Maas sterk aan en bereikte bij de Nederlandse grens een recordafvoer, wat extra bijzonder was omdat het in de zomer plaats vond. De hoge waterstanden in de Maas veroorzaakten opstuwing in de zijrivieren stroomafwaarts. Steden langs de Geul, met name Valkenburg en Meerssen, werden het zwaarst getroffen. Hoewel Nederland gespaard bleef van het tragische verlies aan mensenlevens, waren de materiële en economische gevolgen groot. 

Tot 175 mm neerslag

in twee dagen in delen van Limburg

Gemiddeld 128 mm neerslag

in het Geul‑bekken 

455 miljoen

Geschatte totale schade

De grootste uitdaging is om iedereen betrokken te houden, want iedereen is essentieel bij het bouwen aan oplossingen voor de toekomst.

Katya Ivanova

Programme Manager, ‘Waterveiligheid en Ruimte Limburg’ (WRL)

Om te begrijpen hoe Limburg het herstel aanpakt, spraken we met Katya Ivanova, coördinator van het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL), en Wouter Botzen, die onderzoek doet naar de financiële gevolgen voor huishoudens en bedrijven. WRL is een langlopend programma dat ten doel heeft de manier waarop Limburg zich voorbereidt op extreme neerslag fundamenteel te herdefiniëren. Ivanova benadrukt de uitdaging om veel verschillende actoren te betrekken: 31 gemeenten, provinciale overheden, waterschappen, ministeries, maatschappelijke organisaties en kwetsbare instellingen zoals zorgfaciliteiten. Om deze actoren op één lijn te houden is voortdurend engagement, transparantie en geduld nodig.


Het onderzoek van Botzen biedt een aanvullend perspectief op het herstelproces. Zijn enquêtes laten zien dat schadevergoedingen vaak traag en ingewikkeld verliepen, waarbij mensen meerdere regelingen van verzekeraars en de overheid moesten doorlopen. Verzekeringsuitkeringen kwamen meestal sneller, terwijl overheidscompensatie langer op zich liet wachten. Veel huishoudens en bedrijven wisten niet precies waar ze recht op hadden, en ongeveer 40 procent van de totale schade bleef ongedekt, waardoor mensen aanzienlijke verliezen zelf moesten dragen. 

Mensen moesten vaak door meerdere aparte vergoedingssystemen navigeren. Die onzekerheid zorgt voor financiële stress op het slechtst mogelijke moment.

Wouter Botzen

Director of the Institute for Environmental Studies (IVM), Vrije Universiteit (VU) Amsterdam

Botzen ontdekte ook dat huishoudens die verzekeringsuitkeringen ontvingen, vaker maatregelen namen om hun woning te beschermen tegen toekomstige overstromingen. Voor bedrijven verliep het herstel sneller wanneer zij sterke lokale netwerken hadden, omdat lokale klanten eerder terugkeerden en zo hielpen de omzet te herstellen. Deze bevindingen laten zien dat herstel niet alleen afhangt van infrastructuur en bestuurlijke coördinatie, maar ook van financiële duidelijkheid en de kracht van sociale netwerken binnen de gemeenschap.


Het WRL‑programma brengt deze aspecten samen. Het richt zich op fysieke maatregelen, ruimtelijke planning en praktische zelfredzaamheid. Huishoudens en bedrijven krijgen concrete handvatten, zoals handleidingen voor tijdelijke keringen en eenvoudige richtlijnen voor het handelen wanneer een gebouw onder water loopt. Deze praktische ondersteuning heeft bijgedragen aan een grotere bewustwording en betere paraatheid in de hele regio. Wetenschappelijke analyse en langetermijnplanning blijven centraal staan. Het WRL-programma voert onderzoek uit om te bepalen welke maatregelen het meest effectief en haalbaar zijn binnen de bestaande wet- en regelgeving. Omdat nieuwe ideeën vaak nieuwe vragen oproepen, functioneert het programma als een “levend laboratorium”: het past de uitvoering continu aan en deelt lessen met andere regio’s in Nederland en daarbuiten.

De coördinatie strekt zich ook uit buiten Limburg. WRL zoekt samenwerking op nationaal en Europees niveau, vooral op het gebied van standaardisatie en efficiëntere procedures voor overstromingsrisicobeheer. Tegelijkertijd kunnen beleidsmaatregelen zoals stikstofregelgeving besluitvorming vertragen, wat de noodzaak benadrukt van geïntegreerde en sector-overstijgende benaderingen.


Samen laten de perspectieven van WRL en de financiële ervaringen van huishoudens en bedrijven zien dat herstel in Limburg afhankelijk is van zowel sterke coördinatie als duidelijke ondersteuningssystemen. Betere samenwerking, snellere schadevergoedingen en het helpen van bewoners bij praktische maatregelen versterken allemaal het vermogen van de regio om zich voor te bereiden op toekomstige extreme regenval.

Conclusie

De ervaringen van Wallonië, Limburg en de Ahrvallei laten zien dat, hoewel elk gebied zijn eigen kwetsbaarheden heeft, de fundamentele uitdagingen van herstel na extreme overstromingen grensoverstijgend zijn: het herstellen van vertrouwen, het weer op orde brengen van essentiële systemen, het integreren van nieuwe wetenschappelijke kennis en het nemen van moeilijke ruimtelijke beslissingen over waar en hoe te herbouwen. De overstromingen van 2021 maakten de beperkingen van bestaande risico-inschattingen zichtbaar en benadrukten de noodzaak van sterkere samenwerking tussen wetenschappelijke instellingen, waterbeheerders, ruimtelijke planners, beleidsmakers en lokale gemeenschappen.


Voor de Benelux+ regio onderstrepen deze voorbeelden de kernboodschap van het JCAR ATRACE-programma: paraatheid en veerkracht hangen niet alleen af van infrastructuur, maar van samenwerking. Rivieren verbinden onze gebieden, en dat moet ook gelden voor onze aanpak van risicobeoordeling, ruimtelijke planning en crisisrespons. Door van elkaar te leren op technisch, institutioneel en sociaal vlak kan de regio verder gaan dan alleen herstel, en werken aan een gezamenlijke langetermijnvisie voor samenleven met water in een veranderend klimaat.

Up to 175 mm

of rainfall in two days in parts of Limburg

128 mm

average rainfall in the Geul catchment (500‑year return period)

€455 million

total estimated damage